Engels | Nederlands
Camiguin, het onbedorven paradijs
Surigao (Philippines), 18 juli 2012

Camiguin is een voorbeeld van een bestemming die eigenlijk niet mag ontbreken aan een bezoek aan het zuidelijke deel van de Filippijnen. Dit nog relatief onderontwikkeld eilandje, met de hoogste dichtheid vulkanen ter wereld, is een paradijsje te noemen. De Lonely Planet reisgids gaat zelfs nog verder en durft Camiguin te vergelijken met Hawaï en Maui, maar dan nog niet overlopen door toeristen. Hier moesten we dus naartoe.

We nemen de ferry vanuit het kleine haventje in Balingoan, een klein dorpje aan de noordkust van het grote zuidelijke Filippijnse eiland Mindanao. Al vanuit dit vertrekpunt zie je Camiguin liggen, maar hoe dichter je bij het eilandje komt, hoe spectaculairder het zicht wordt. Het imposante silhouet van het eiland doemt op uit de zee en de wolken die rondom de top van de Hibok-Hibok Vulkaan hangen, geven Camiguin een mysterieus karakter. De overtocht duurt ruim een uur en bij aankomst in het haventje van Benoni staan verschillende jeepney’s te wachten om de passagiers naar het hoofdstadje Mambajao te brengen. Deze rit, die langs de oostkust van het eiland loopt, geeft ons een eerste indruk van de schoonheid van dit kleine eilandje. Kleine dorpjes en helder blauwe baaitjes wisselen elkaar af en op sommige plekken hebben lokale boeren een vlak stukje grond weten te vinden om er een paar rijstveldjes op aan te leggen.

Klaar om Camiguin te gaan ontdekken
 

In Mambajao regelen we een tricycle (motorzijspan voor ongeveer 4 personen) die ons naar een resort brengt een kilometer of vijf ten westen van het hoofdstadje. Het eerste resort dat we bekijken vinden we te duur waardoor we uiteindelijk uitkomen bij het nabij gelegen Seascape Resort. Maar denk bij dit type resort niet aan een westers resort. Voor 10 Euro per nacht hebben we echter een zeer oud en simpel, maar schoon bungalowtje. De ligging is echter grandioos en bijna niet te overtreffen. We zitten op slechts twintig meter van een klein vulkanisch zandstrandje (zwart zand) en hebben vanuit de hangmat op onze veranda zicht op prachtige zonsondergangen. Onze reisgenoten Jorn en Robin konden de aantrekkingskracht van de zee niet weerstaan en stonden al in hun zwembroeken voordat wij goed en wel onze rugzak hadden neergezet. Voor dit soort plekjes kom je naar de Filippijnen!

Voor de dagen daarna huren we een aantal motorfietsen via het resort. Voor 350 Peso’s per motor per dag (ongeveer Euro 7), zijn we de trotse chauffeurs van een aantal felle 125 cc Honda motoren. Ivonne en ik delen een motor, terwijl de jongens ervoor kiezen om ieder een eigen stalen ros onder hun kont te hebben. Camiguin is een perfect eiland om per motorfiets te verkennen. De weg die rondom het eiland loopt is 65 kilometer lang en dus prima af te leggen in een dag. Het verkeer op het eiland is rustig, waardoor zelfs chauffeurs zonder rijbewijs of ervaring, zoals wij, er zonder een significant risico kunnen rondtoeren. Uiteraard is het belangrijk om rustig te rijden, want de bochtige wegen, een halve kokosnoot op de weg, of een traag voortbewegende waterbuffel, kunnen zelfs de meest ervaren chauffeurs verrassen.

De 'Sunken Cemetery' snorkelplek
 
De eerste volle dag van ons verblijf op Camiguin gebruiken we om rondom het eiland te rijden. We stoppen regelmatig om een fotootje te maken of een colaatje te drinken bij een lokaal sari-sari winkeltje (kleine kioskjes, met vaak maar een opening van 40 x 40 centimeter, van waaruit men de meest gangbare producten verkoopt). We stoppen ook bij ‘Cantaan Kabila White Beach’, waar het beste koraal van het eiland te vinden is. Dit kleine ‘beschermde zeereservaat’ van enkele hectaren is tevens een broedplaats voor gigantische zeeschelpen die je al snorkelend goed kunt bekijken. Een stukje verderop vind je een weggetje landinwaarts die naar de Binangawan waterval loopt. Na een paar kilometer verandert het weggetje echter in een modderpiste waardoor we nog maar met moeite de motoren onder controle konden houden. We besloten om terug te gaan en de watervallen te laten voor wat ze zijn. Vlak voordat we het eiland hadden omcirkeld stopten we nog voor een snorkelsessie bij de zogenaamde ‘Sunken Cemetery’ (Gezonken Begraafplaats). Wij pasten op de spulletjes terwijl Jorn en Robin de in zee gezonken begraafplaats gingen verkennen. Van een begraafplaats konden ze echter niets meer terugvinden, maar het koraal was aardig intact.

Tijdens de tweede dag van ons verblijf op het eiland hebben we per motor vooral het binnenland verkend. We zijn over kleine bochtige weggetjes de Hibok-Hibok Vulkaan zo ver mogelijk opgereden. Op ongeveer 550 meter hoogte hield de weg ineens op, maar hadden we een prachtig zicht op de top. We deden vervolgens nog wat inkopen bij een supermarkt in Mambajao en ’s middags besloten we om een pelgrimstocht te maken naar de Stations of the Cross (bedevaartsplek), waarna we gingen ‘afkoelen’ in de heetwaterbronnen van de Ardent Hot Springs. Een prachtig bezoek aan dit pittoreske eilandje kwam daarmee ten einde. ’s Avonds namen we nog een koude San Miguel Pilsen op onze veranda, waarna we de volgende dag terug overstaken naar Mindanao, om verder oostwaarts te trekken naar onze volgende bestemming: het surfeiland Siargao (zie ook het artikel: Beach bumps en wij).

Bijkomen in de Ardent Hot Spring
De Hells Angels van Camiguin
Snorkellen bij ‘Cantaan Kabila White Beach’
Ons Seascape Resort met onze bungalow (midden)
Zonsondergang vanaf onze veranda
 
 

Go back to home pageGo to Articles sectionGo to Columns sectionGo to Photos sectionGo to countries sectionGo to weblog sectionGo to about us