Engels | Nederlands
eBird.org
El Castillo (Nicaragua) to San José (Costa Rica), maart-mei 2018

Eindelijk zijn we er dan: Costa Rica. De grensovergang verloopt soepel en als we de eerste meters in Costa Rica zetten merken we meteen dat we in een nieuwe wereld zijn beland. Nicaragua is het derde wereld land met alle bijbehorende problemen, en Costa Rica is het in opkomst zijnde tweede wereld land, vooral gevoed door de enorme aantallen toeristendollars die elk jaar weer naar dit natuurparadijs stromen. We verblijven de eerste nacht in het grensplaatsje Los Chiles, waar we voor het eerste kennis maken met de Costa Ricanen, het lokale eten en de hogere prijzen. In Costa Rica wordt het opletten geblazen, want het land is gespecialiseerd in het ‘leegzuigen’ van toeristen. Veel in dit land staat in het teken van toerisme, en overal moet voor betaald worden. Het zal dus een sport worden om ook de plekken te bezoeken waar weinig toeristen komen en die toch mooi zijn.

Onze eerste echte bestemming is er zo één; het Caño Negro moerasgebied. We vinden een klein familiehotelletje aan de rand van het park en besteden verschillende dagen in het gebied om er enkele prachtige vogels te zien die Costa Rica rijk is. Zo zijn we extreem blij met de Jabiru (Jabiroe), een tropische Ooievaar-versie. Alle vogelwaarnemingen zetten we de laatste tijd in eBird (www.ebird.org). Deze online database is niet alleen een prima manier om je eigen waarnemingen te administreren, maar de data die honderdduizenden vogelspotters over de hele wereld inbrengen, is ook een waardevolle bron voor wetenschappers die vogels en hun gedrag en habitat bestuderen. Alleen al op 5 mei 2018, de wereldvogelspotdag, zijn 28.000 mensen uit 170 landen op pad geweest om vogels waar te nemen. Zij zagen 6899 verschillende soorten, en dat is 2/3e deel van alle vogels die de aarde rijk is. Voor het tweede jaar op rij werden de meeste vogelsoorten (1546 verschillende soorten) in Colombia waargenomen. Maar dat kwam niet vanzelf. Zelfs de president en de luchtmacht van Colombia deden mee aan deze jaarlijkse vogelspotdag.

De Jabiroe in de Caño Negro Wetlands
 

eBird.org, een initiatief van The Cornwell Lab, zet de passie van ’s-werelds vogelspot-community om in kritische data voor onderzoek, conservatie en educatie. Deze hoeveelheid data is ongehoord en geeft een nauwkeurig beeld van waar en wanneer vogelsoorten voorkomen en in welke aantallen. Gedetailleerde analyses kunnen worden gemaakt die voorheen onmogelijk waren. Daardoor krijgen onderzoekers inzicht in het gedrag van vogels, wat weer een goede indruk geeft van hoe de aarde ervoor staat. De meeste vogels overleven namelijk alleen in hele specifieke omstandigheden. En als het dus slecht gaat met de vogels, dan gaat het ook slecht met de aarde. We vinden het super leuk om via onze hobby bij te dragen aan het opbouwen van deze belangrijke data. Online kun je zelfs realtime bijhouden van waaruit lijsten met waarnemingen worden toegevoegd (https://ebird.org/livesubs).

Na ons bezoek aan Caño Negro bezoeken we de stadjes Quesada en Puerto Viejo de Sarapiqui. Het zijn prima bestemmingen om het Costa Ricaanse leven te ervaren, maar echt heel veel is er niet te zien. Daar waar de stadjes in buurland Nicaragua vaak pittoresk zijn met kleurrijke markten en mensen, is Costa Rica een beetje saai. In Costa Rica draait het vooral om de natuur. En die is prachtig. De volgende bestemmingen waren La Fortuna en Monteverde. Deze bestemmingen behoren tot de meeste bezochte toeristenplekken van het land, en dat is ook niet verwonderlijk. La Fortuna is vooral bekend om zijn Arenal vulkaan die boven het dorpje uit toornt, terwijl Monteverde bekend staat om zijn hooglandbossen. Beide zijn drukke bestemmingen, maar met een beetje wil valt de grootste drukte wel te omzeilen en zijn beide bestemmingen nog steeds de moeite waard.

Voor wat betreft de laaglandvogels raden we het Nationale Park Carara aan, dat wij vanuit het stadje Puntarenas hebben bezocht middels de openbare bus. Ook dit park is erg druk bezocht, maar de meeste mensen komen niet verder dan de wandelpaden die rondom het bezoekerscentrum liggen. Dus als je wat verder het bos inloopt, wordt je ook hier getrakteerd op prachtige vogels. Een andere aanrader is het nationale park met de naam Tapanti. Dit nationale park wordt erg weinig bezocht, omdat het niet op het traditionele toeristenpad van Costa Rica ligt. Het kleine stadje Orosi is een vriendelijk stadje met alle benodigde faciliteiten die als uitvalsbasis voor Tapanti kan dienen.

Roodoogmakikikker
 

Er zijn ook een aantal nationale parken die we bewust niet hebben bezocht zoals Manuel Antonio en Corcovado. Beide wereldberoemde nationale parken worden zodanig door toeristen overlopen, dat wij er geen vertrouwen meer in hadden dat we hier nog wildlife zouden kunnen zien. Het Corcovado park kan overigens niet meer zonder gids worden bezocht, en dan is de lol er voor ons af. We willen best af en toe voor een goede gids betalen als we iets bijzonders willen zien of ervaren. Maar om voor een gids te betalen omdat de autoriteiten vinden dat je niet meer allen het park in mag, gaat ons iets te ver. Dan zoeken we wel een ander nationaal park uit waar die beperkingen niet gelden. En die zijn er genoeg in Costa Rica.


Na weer bijna een half jaar in Centraal Amerika te zijn geweest en de periode van het prettige klimaat weer ten einde begon te lopen, besloten we terug naar Europa te gaan. We lopen al langer met het idee om met de auto en de tent naar de Noordkaap in het uiterste noorden van Noorwegen te gaan, een bestemming die wij alleen in de Europese zomer overwegen. Een lange zomer kamperen in Scandinavië is waar we al heel wat jaren naar uitkijken, en nu moet het er maar eens van komen.

De Arenal vulkaan toornt boven La Fortuna uit
Roodkeelspecht
Het landschap van Costa Rica nabij Laguna de Arenal
Iguanas zijn behoorlijk gangbaar in Costa Rica

Wandeling in het bos nabij Monteverde

 
<Vorige weblog>
   
   

Go back to home pageGo to Articles sectionGo to Columns sectionGo to Photos sectionGo to countries sectionGo to weblog sectionGo to about us