Van Banbassa naar Mahendranagar
Thakurdwara (Nepal), 10 december 2007

Na wikken en wegen hebben we besloten het toch te doen. We willen de grens tussen India en Nepal oversteken in het meest westelijke puntje van Nepal, nabij het stadje Mahendranagar. We hebben de afgelopen weken regelmatig op internet doorgebracht om informatie te zoeken over de veiligheidssituatie in dit gebied. De reisboeken en reisadviezen van de verschillende westerse landen zijn zeer duidelijk; ga niet naar het westen van Nepal. Wij hebben na zorgvuldig overwegen uiteindelijk besloten toch te gaan.

Nepal was tussen 2001 en 2006 verwikkeld in een zeer bloedige binnenlandse oorlog. De vechtende partijen waren de regeringstroepen aan de ene kant, en de Maoïsten aan de andere kant. De oorzaak van het conflict is al veel ouder. Al veel eerder eisten de Maoïsten sociale veranderingen in Nepal aangezien de welvaart zeer oneerlijk verdeeld was. Voor de regering was Nepal niet meer dan Kathmandu waardoor de rest van het land volledig werd verwaarloosd. En zelfs in Kathmandu was de welvaart en macht slechts in handen van een handvol rijke families. De noodzaak tot verandering die de Maoïsten voor ogen hadden was dus gerechtvaardigd. De regering gaf enkel geen enkel gehoor aan deze wens tot verandering vanuit de bevolking waardoor het conflict uiteindelijk escaleerde. In 2001 trokken de Maoïsten de bergen in en verklaarde de ‘oorlog van het volk’ aan de regering. Nog steeds nam de regering het conflict niet serieus en bereidde haar leger niet voor op de bloedige oorlog die op het punt van beginnen stond. Het gevolg was dat de slecht voorbereide en gewapende regeringsleger slachtoffer werd van guerrilla-achtige aanvallen van de Maoïsten. De moraal onder de regeringssoldaten daalde tot een minimum. Pas later gaf de regering toestemming aan het leger om terug te vechten. Een binnenlandse oorlog was het logische gevolg.

Nepalese kinderen nabij de brug over de Karnali rivier in West Nepal
 

De Maoïsten, die in eerste instantie alleen in het westen van Nepal actief waren, terroriseerde ook de toch al straatarme bevolking van Nepal. Om wapens en voedsel te kunnen kopen werden de inwoners van vele kleine dorpen verplicht hun bijdrage te leveren aan de strijd voor sociale veranderingen. Dit was niet vrijwillig. De eerste keer dat je weigerde gehoor te geven aan de bijdrage, kreeg je nog een waarschuwing. Bij de tweede weigering werden er botten in je lichaam gebroken of één van je ledematen geamputeerd, en de derde weigering had de dood tot gevolg. De Maoïsten, die ooit dus een legitieme en vreedzame strijd voerden voor sociale hervormingen, waren getransformeerd tot een gewelddadige guerrillabeweging. De inwoners van Nepal kwamen tussen twee vuren te liggen toen ook de regeringstroepen begonnen te moorden. De dorpsbewoners die steun hadden gegeven aan de Maoïsten werden zonder pardon doodgeschoten, ook al hadden de inwoners geen keuze bij het geven van steun aan de Maoïsten. Duizenden mensen hebben in deze oorlog hun leven op een gruwelijke wijze verloren. In veel dorpen zie je alleen kinderen, vrouwen en ouderen omdat zij veelal gespaard werden. De mannen tussen de 15 en 55 jaar werden vermoord.

In 2006 is er een staakt het vuren overeen gekomen nadat de politieke arm van de Maoïstische beweging tot het parlement was toegetreden. Vanuit de regering werd meer democratie beloofd nadat de rol van de koning van absolute machthebber was omgezet naar een ceremoniële rol. Sinds die tijd is het behoorlijk rustig in Nepal. Maar Nepal is er nog lang niet. De Maoïsten hebben in 2007 het parlement weer verlaten en de geplande verkiezingen van november 2007 zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld. Het land bevindt zich nu in een soort van vacuüm, maar de partijen zijn in ieder geval nog in onderling overleg. De Maoïsten hebben aangegeven de wapens (voorlopig) niet opnieuw te zullen oppakken. Hoe het zich allemaal gaat ontwikkelen is nog zeer onzeker. De zichtbare aspecten van het conflict zijn de militaire controles die je vind langs de wegen in het gehele land en de “trekking belasting” die je als toerist moet betalen op veel van de populaire wandelroutes. De belasting wordt door de Maoïsten overigens “vrijwillige donatie” genoemd, maar als je niet betaald loop je het risico in elkaar te worden geslagen. De belasting bedraagt meestal € 1,- per persoon, per dag. Je hoeft overigens niet bang te zijn dat je meerdere malen moet betalen tijdens je trekking door de bergen. Je krijgt namelijk netjes een bonnetje van de Maoïsten als bewijs dat je betaald hebt. Op het bonnetje staan overigens de afbeeldingen van Mao, Stalin, Lenin en Che Guevara. Als je ze alle vier kunt benoemen krijg je overigens een korting van 50% op je belasting.

Ivonne knuffelt een baby olifant in Thakurdwara (Bardia N.P.)
 
Gezien het feit dat het nu redelijk rustig is hebben we toch besloten door het westelijk deel van Nepal te reizen. We zijn daarom van Delhi, via het stadje Bareilly, naar de Indiase grensplaats Banbassa gereisd. Door het trage openbaar vervoer haalden we het niet om dezelfde dag nog Nepal te bereiken. We hebben daarom de nacht doorgebracht in het stadje Khatima, nabij Banbassa, aangezien Banbassa zelf geen geschikt hotel heeft. De volgende dag zijn we met een lift naar Banbassa gereisd. Van daar is het nog een vijf kilometer lange fiets-rickshaw-rit naar de grens. Auto’s mogen de grens slechts gedurende een aantal uren van de dag passeren. Voor Indiërs en Nepalezen is het een open grens waardoor ze niet door de immigratie hoeven en de grens dus zo kunnen oversteken. De immigratie aan beide zijden is er dus puur voor de buitenlandse reizigers. En als je weet dat er slechts af en toe een buitenlander de grens hier passeert, weet je hoe druk ze het hebben. De dag wordt gevuld met thee drinken en de krant lezen. Wanneer wij bij de Indiase immigratiepost aankomen zie je dat ze blij zijn dat ze iets te doen krijgen. De thee en de krant worden aan de kant geschoven en je wordt vriendelijk ontvangen. Twee mensen zitten aan een tafeltje voor het immigratiekantoortje en hebben duidelijk een afgebakende verantwoordelijkheid. Eén persoon controleert de formulieren die we hebben ingevuld, terwijl de andere persoon al onze gegevens in een groot boek schrijft en uiteindelijk de stempel in ons paspoort zet. We informeren nog waar we het beste onze Indiase Rupees kunnen inwisselen tegen Nepalese Rupees en pakken vervolgens onze rugzakken op om naar de Nepalese immigratie te lopen. Het is één kilometer lopen door een soort van niemandsland. Regelmatig word je aangesproken door fiets-rickshaw-rijders die op dit stuk al klanten proberen te werven voor de rit van de grens naar het Nepalese stadje Mahendranagar, dat op zeven kilometer van de grens ligt. Als we bij de Nepalese grenspost aankomen worden we vriendelijk begroet door de immigratiehond. Het kleine witte hondje kan zijn geluk niet op als hij “klanten” ziet aankomen. Ook hier verloopt alles zeer gemoedelijk en na het betalen van $30, - elk, krijgen we een 60-dagen visum in ons paspoort geplakt. We zijn nu officieel in Nepal. Van douane is overigens aan beide zijden van de grens geen sprake. Dit is ongetwijfeld de meest relaxte grensovergang die we ooit hebben gehad.

We wisselen ons geld bij een klein bankje aan de Nepalese zijde van de grens en nemen vervolgens een fiets-rickshaw naar Mahendranagar. Het is ongelofelijk om te zien hoe rustig het is in Nepal in vergelijking met India. Op straat zie je alleen fietsers en af en toe word je ingehaald door een bus of auto. Heerlijk rustig fietsen we tussen de rijstvelden door richting Mahendranagar. Regelmatig worden we door kleine kinderen aangesproken die “Namaste” (= Hallo) roepen. We checken vervolgens in, in het Opera hotel, en genieten een aantal dagen van de rust en gastvrijheid van Mahendranagar. Ook maken we een dagwandeling naar de fabuleuze hangbrug voor voetgangers die 10 kilometer buiten het stadje is gelegen. Onze eerste indruk van Nepal is in één woord: super!

© copyright - Babakoto.eu / 2007