Angstige momenten in Tripoli
Tripoli (Libie), 15 juli 1999
Het is de zomer van 1999 en we wandelen over de boulevard van Tripoli, hoofdstad van Libië. We zijn bijna aan het einde gekomen van een enerverende reis door het prachtige woestijnland. We zijn gedurende deze reis helemaal afgereisd naar het zuiden waar we een prachtige tocht hebben gemaakt door het fascinerende Akakus gebergte. Onze laatste dagen brengen we door in Tripoli om nog een paar dagen na te genieten voordat we teruggaan naar huis.

Tripoli is een prettige stad om te verblijven. De stad is overzichtelijk, de mensen zijn vriendelijk en het ligt aan een prachtige baai. Een echte Mediterrane stad. De boulevard is gezellig, vooral aan het einde van de dag wanneer de hitte is verdwenen en de Libische gezinnen de verfrissing opzoeken van de zeebries. Er zijn veel kermisattracties en allerlei mensen die proberen wat spulletjes te verkopen. Vanuit de boulevard heb je een prachtig zicht op de zee waar ’s avonds de zon spectaculair ondergaat. Een plaatje zullen we maar zeggen.

De boulevard van Tripoli waar de inwoners vaak wat verkoeiing zoeken
 
Om dit moment vast te leggen pakken we de camera en beginnen we foto’s te knippen. Nog geen tien minuten laten horen we iemand naar ons roepen. Aangezien we de lokale taal niet spreken weten we niet wat de man roept. Al snel begrijpen we dat we op deze plek niet mogen fotograferen. We zitten immers in de buurt van de haven en de haven blijkt op de lijst van locaties te staan die in Libië die niet gefotografeerd mogen worden. Stom van ons natuurlijk, dit hadden we moeten weten. We verontschuldigen ons netjes en willen onze wandeling vervolgen. Voor de man is het hier echter niet mee afgedaan. Hij verzoekt ons met hem mee te lopen naar een gebouw verderop. We twijfelen wat we moeten doen, maar besluiten toch maar aan zijn verzoek gehoor te geven. We hebben immers niets ernstigs gedaan. We lopen naar een groot gebouw, wat de passagiersterminal van de haven blijkt te zijn. We lopen de terminal in, maar verlaten al snel het publieke gedeelte om uiteindelijk in een smal gangetje uit te komen waaraan een aantal kantoortjes is gelegen. Niemand spreekt Engels waardoor het voor ons nog steeds moeilijk is om te begrijpen wat het probleem nu precies is. We worden verzocht onze paspoorten en het fototoestel te overhandigen. Op zich een hele normale procedure in landen waar weinig toeristen komen. Ze willen dan graag weten wie je bent en wat je komt doen. We gaan er vanuit dat ze even controleren of we niet ergens op een zwarte lijst staan, waarna de paspoorten en het fototoestel terug zullen worden gegeven.

We blijven een tijdje wachten in het gangetje terwijl de officials, beraad houden in het kantoortje. Vervolgens komt iemand naar ons toe die zegt over een uurtje terug te komen. We besluiten in de passagiersterminal iets te gaan drinken. Uiteraard zijn we netjes op tijd terug om onze spullen weer in ontvangst te nemen. Tot onze verbazing gebeurt dat niet. Er wordt ons in gebrekkig Engels uitgelegd dat ze gaan bekijken wat er op het fotorolletje staat. Op het moment dat er geen schepen op de foto’s staan is er niets aan de hand en zullen we alles netjes terugkrijgen, inclusief de afgedrukte foto’s. We worden verzocht over 2 dagen terug te komen. Het fototoestel (inclusief rolletje) en onze paspoorten worden achtergehouden.

Nu beginnen we ons zorgen te maken. Op de foto’s staan wel degelijk schepen. We hadden immers een paar mooie zonsondergang foto’s gemaakt met schepen en havenkranen op de achtergrond. Vervolgens begint er een periode van 2 dagen die wel 2 maanden leken te zijn. Zonder paspoort kun je de stad niet verlaten, laat staan het land. Wij hadden op dat moment geen ambassade in Libië waardoor we ook niet om advies konden gaan vragen. Twee dagen lang hebben we met ons ziel onder onze arm gelopen, wachtend op wat er komen zou gaan. We besloten ook het thuisfront niet op de hoogte te brengen om paniek te voorkomen.

Na twee hele lange dagen liepen we terug naar de haven terminal. Wel meldden ons netjes bij het kantoortje waar we twee dagen eerder onze paspoorten en fototoestel hebben ingeleverd. Een man in burgerkleding vroeg ons met hem mee te lopen. Tot onze verbazing verlieten we het havengebouw weer en liepen we naar een gereedstaande auto met chauffeur. Het is een oude Mercedes uit het begin van de jaren 70 zoals je ze veelal ziet in het midden oosten. De man verzoekt ons in te stappen. Op dat moment moet je in een moment beslissen wat te doen. We beslissen aan het verzoek gehoor te geven aangezien er weinig andere alternatieven zijn. De zorgen die we hadden werden nu alleen maar groter. Immers, als er niets aan de hand zou zijn zouden we gewoon onze spullen hebben teruggekregen. De auto rijdt vervolgens door het havengebied en na ongeveer 10 minuten rijden komen we bij een oud ijzeren hekwerk die de weg verspert, in een oud en roestig gedeelte van de haven. Nu begint het echt op een slechte B-film te lijken. Vanaf nu zijn we aan de goden overgeleverd.

Foto's maken van schepen in de haven van Tripoli is niet verstandig
 

De poort wordt door een wachter opgemaakt en we rijden vervolgens dieper het havengebied in. We stoppen bij een oud gebouw. We moeten uitstappen en dienen met de man mee te lopen het gebouw in. Via een oud, donker en muf trappenhuis komen we op de tweede verdieping terecht. We lopen door een lange gang met verschillende kantoortjes aan beide zijden. Het lijkt op een kantoorgebouwtje van de geheime dienst of zo. Aan het einde van de gang is een leeg kamertje waarin we plaats moeten nemen. Er staat geen meubilair. Ons hart klopt in ons keel. We staan er erg slecht voor, lijkt ons. Weggestopt in een oud gebouw, diep in het havengebied waarvan niemand weet dat we er zijn en een rolletje foto’s waarop enkele schepen uit de haven prijken.

Na ongeveer vijf minuten komt de man het kamertje binnenlopen met onze paspoorten en het fototoestel in zijn hand. Hij overhandigt ons de spullen en verzoekt ons weer met hem mee te lopen, terug naar de auto. We nemen weer plaats in de Mercedes en rijden terug naar het centrum van de stad waar we mogen uitstappen. Na de deur te hebben dichtgegooid verdwijnt de auto weer het verkeer van Tripoli in. We blijven beduusd achter op de boulevard van Tripoli. We weten uiteindelijk niet waarom we zonder problemen uit dit incident zijn gekomen. Het enige wat we kunnen bedenken is dat de Libiërs niet hebben gezien dat het om een diarolletje ging in plaats van een fotorolletje. En als je een diarolletje probeert te ontwikkelen op de manier van een fotorolletje, vernietig je de beelden op het rolletje en weet je dus uiteindelijk niet wat er op het rolletje heeft gestaan. Deze theorie wordt ondersteund door het feit dat we de ontwikkelde dia’s ook niet hebben teruggekregen. Iets wat ze wel hadden beloofd indien er niets belastends op het rolletje zou staan. De volgende dag hebben we onze spullen gepakt en hebben we het land verlaten. Je weet maar nooit of ze van mening zouden veranderen.

© copyright - Babakoto.eu / 2006