Wat zijn we toch eigenlijk mietjes
Kersik Tua (Indonesia), 1 juli 2008

Reizen door Sumatra per openbaar vervoer is grandioos. Het landschap is mooi en gevarieerd, en de mensen zijn erg vriendelijk. Het is een prima manier om Sumatra te beleven. Er is echter ook één groot nadeel. De staat van de wegen is slecht, ze zijn (te) smal en op sommige plaatsen erg bochtig. Zelfs de belangrijkste weg door Sumatra, de Trans-Sumatra Highway, wordt door de lokale mensen, die toch al niet veel gewend zijn, de ‘kippen-weg’ genoemd. Dat zegt genoeg.

We staan op het busstation van Parapat, in het noorden van Sumatra. Vannacht gaan we de bus nemen naar Bukittinggi, ongeveer 500 kilometer verder naar het zuiden. De rit zal tussen de 13 en 18 uur gaan duren. Dit kan echter zomaar 30 uur worden, als er bijvoorbeeld door de regen een deel van de weg wegspoelt. Iets wat hier regelmatig gebeurt. Het vertrek van onze bus staat gepland voor 21.00 uur, maar ook dat kan nog veranderen omdat de bus uit de stad Medan moet komen, vijf uur rijden verder naar het noorden. Op het busstation wacht ook een Frans meisje. Zij wacht op de bus naar de Indonesische hoofdstad Jakarta. Dit is een rit van maar liefst 60 uur als alles goed gaat! En of dat nog niet genoeg is zit ze ook nog eens negen uur te wachten op de vertraagde bus. Ook haar bus moet uit Medan komen. Dat voorspelt niet veel goeds. Maar gelukkig, onze bus arriveert uiteindelijk om 21.30 uur. De bus zit stampvol en de twee mensen die plaats hebben genomen op de door ons gereserveerde stoelen, worden vakkundig weggejaagd door het buspersoneel. We zakken in onze stoelen en zijn mentaal voorbereid op een lange en slapeloze nacht.

Passagiers worden uit veilighiedsoverwegingen toch uit de bus gehaald
 

We hebben geluk vandaag. De chauffeur rijdt verantwoord, heeft de radio niet op het maximale volume gezet en de airco zodanig ingeregeld dat de lokale mensen hun mutsen en handschoenen niet hoeven aan te trekken. We zijn zelfs in staat om af en toe een beetje weg te dutten. We stoppen nog een keer om een uur of tien, om vervolgens de nacht in te rijden. Om vijf uur in de ochtend worden we uit ons dutten gewekt door het geluid van snel spinnende buswielen en een hoog motortoerental. Daarnaast maakt de bus schokkende bewegingen. Al snel blijkt dat de bus vast is komen te staan op een steile en gladde helling. Dit deel van de weg, ergens halverwege Parapat en Bukkittinggi is ooit weggespoeld door een kleine aardverschuiving. Aangezien de weg regelmatig verzakt hebben de lokale autoriteiten besloten er geen geld meer aan te verpillen en de situatie te laten zoals die is. Het gevolg is dat er op de Trans-Sumatra highway een modderhelling is ontstaan waar bussen en andere voertuigen dagelijks proberen om op een veilige manier hun weg omhoog of omlaag te vinden. Onze bus is dat tot op heden nog niet gelukt. Het bushulpje heeft al verschillende keren geprobeerd meer grip te creëren door stenen voor de wielen van de bus te leggen, maar elke poging loopt op niets uit. Uiteindelijk heeft de chauffeur geen andere keuze dan de takelmachine in te huren, die bovenaan de heuvel staat opgesteld en die dagelijks zijn Rupiah’s verdiend aan het omhoog takelen van bussen en andere voertuigen. Het touw wordt aan de bus vastgemaakt waarna het takelen kan beginnen. Enkele seconden nadat de bus in beweging is gekomen, schiet het touw los en schuift de bus enkele tientallen meters over de modderhelling naar beneden. Als we veilig tot stilstand zijn gekomen, nemen we het zekere voor het onzekere en verlaten we de bus. Door de modder klauteren we de helling omhoog in afwachting van de bus. Ruim een uur later mag iedereen de bus weer in en vervolgen we onze reis naar Bukkittinggi.

De takelmachines die uiteindelijk onze bus boven op de helling heeft gesleept
 

Als de zon alweer hoog aan de hemel staat komen we in gesprek met een medepassagier, Irwin. Irwin is een Indonesische man van middelbare leeftijd uit de stad Medan, die in verband met een sterfgeval in de familie naar Bukkittinggi reist. Aangezien hij zijn buskaartje laat heeft gekocht, is hij aangewezen op een plaats in het gangpad. Dat betekent dat hij een plastic krukje tot zijn beschikking heeft gekregen, zonder rugleuning wel te verstaan, waar hij de gehele rit op moet doorbrengen. En in Irwin’s geval is dat 20 uur! We praten over koetjes en kalfjes en na een rit van 17 uur rijden we uiteindelijk de stad Bukkittinggi binnen. Helmaal gebroken en doodmoe stappen we uit de bus en nemen we afscheid van Irwin, die na 20 uur ‘bussen’ er nog verbazingwekkend fit uitziet. Ook denken we nog even aan het Franse meisje die op weg is naar Jakarta. Zij is nog lang niet op de helft van haar reis en heeft nog ruim 45 uur te gaan. We zeggen nog tegen elkaar “eigenlijk zijn wij maar mietjes” en gaan vervolgens op zoek naar een hotelletje.

© copyright - Babakoto.eu / 2008